Bevolkingsregisters 1826 – 1938

bevolkingsregisters_websiteOud Zoeterwoude heeft aan haar website een nieuwe beeld- c.q. databank toegevoegd. Het betreft de bevolkingsregisters van Zoeterwoude.
Thea Onderwater en Cees van der Hoeven zijn begonnen met het digitaliseren van de bevolkingsregisters uit de periode 1826-1938.
Inmiddels zijn ruim 1000 personen in de databank opgenomen.

(rechtstreeks naar de digitale bevolkingsregisters, klik hier)

 

De bevolkingsregisters zijn een belangrijke informatiebron wanneer u onderzoek wilt doen naar uw voorouders en vormen een aanvulling op de gegevens uit de genealogie die elders op onze website zijn te vinden.
In bovengenoemde periode werd er ongeveer eens per 10 jaar een volkstelling gehouden.
Overheidsdienaren trokken langs de deuren om diverse gegevens over de bevolking te verzamelen.
Meestal vond er dan ook een aanpassing in de huisnummering plaats, want vaak was er tussen de bestaande bebouwing weer van alles bijgebouwd.
In de bevolkingsregisters vindt u naast de namen, beroep, geboorteplaats en datum, tevens het adres, de gezindte en ook kunt u er terugvinden wanneer en waarheen men eventueel weer was vertrokken.
Zo werd een goed beeld verkregen van de bevolkingsdichtheid, gezinssamenstelling en beroepen.

Ver vóór 1800 hield men ook al plaatselijke en regionale volkstellingen, maar die waren meer bedoeld om vast te stellen hoeveel belasting er moest worden betaald.
Zo werden er in 1574 en 1581 in de stad Leiden volledige volkstellingen gehouden. In Friesland zijn volkstellingen bekend uit 1689, 1714, 1744 en 1748/49 en in Overijssel uit 1748.
In Holland werden in 1747 voor militaire doeleinden geteld hoeveel mannen er waren.
In 1795-1796 werd ten tijde van de Bataafse Republiek, de eerste landelijke Volkstelling gehouden. Doel was informatie voor de nieuwe kiesdistricten te verzamelen, die gebruikt zou worden voor de eerste algemene verkiezing van een nationale volksvertegenwoordiging in Nederland.
In de Bataafse-Franse tijd werd in 1807-1808 nog een belastingtelling gehouden en in het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden in 1815 een telling voor de militie, maar deze zijn nooit centraal gepubliceerd en waren niet uniform.
De Volkstelling van 1830 kan als de eerste officiële Nederlandse volkstelling worden aangemerkt. Dat was namelijk de eerste die werd aangekondigd per Koninklijk Besluit. Sindsdien is hield men om de tien jaar een volkstelling.
Op 22 april 1879 werd dit bij wet vastgelegd. In de loop der tijd breidde de doelstelling van de volkstellingen zich sterk uit.
bevolkingsregisters_website_deelIn 1830 was die nog beperkt tot het vaststellen van de omvang van de bevolking in Nederland en zijn plaatsen alsmede een aantal andere demografische gegevens, zoals burgerlijke staat en geslacht.  In die telling werd ook gevraagd naar iemands godsdienstige gezindheid.
In 1849 kwamen er vragen over de geboorteplaats en het beroep bij.
Later werden vragen gesteld over de wijze van samenwoning en de gezinssituatie en over onderwijsinstellingen en zorginstellingen.
De vragen naar beroep ontwikkelden zich tot een aparte Beroepstelling.  In 1899 hield men naast de Volkstelling voor het eerst een Woningtelling.
De onderwerpen van de volkstellingen weerspiegelden de behoefte van het centrale en lokale bestuur om inzicht te krijgen in de staat van de bevolking en de maatschappelijke toestand.
Toen de overheid zich in de twintigste eeuw steeds meer ging bezighouden met de sociale toestand werden de volkstellingen een belangrijk beleidsinstrument.
De Woningtelling van 1899 leverde bijvoorbeeld een belangrijke onderbouwing voor de instelling van de Woningwet van 1901.
Vanaf 1850 waren gemeenten verplicht de gegevens van de volkstelling bij te houden door middel van een bevolkingsregister.
Toen konden de volkstellingen ook gebruikt worden om de gemeentelijke bevolkingsregisters tienjaarlijks te controleren en aan te passen.
De volkstellingen tot 1899 waren de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Binnenlandse zaken. Sinds 1899 is het toen opgerichte Centraal Bureau voor de Statistiek voor de volkstelling verantwoordelijk.
Op 28 februari 1971 vond de Veertiende Algemene Volkstelling (tevens Beroepstelling en Algemene Woningtelling) plaats. Het was de laatste en een zeer ambitieuze volkstelling, waarbij veel meer gegevens werden geregistreerd dan tot dan toe gebruikelijk was.
Zelfs naar de nachtelijke locatie van de auto’s van inwoners werd gevraagd. De volkstelling ging met veel maatschappelijk protest gepaard, met name doordat een grotere maatschappelijke beweging (met name vanuit linkse hoek) was ontstaan die deze inbreuk in de eigen privacy niet wenste.
Het CBS plande -mede omdat uiteindelijk slechts 35.000 mensen weigerden hun gegevens te laten registreren- toch nog een nieuwe tienjaarlijkse volkstelling in 1981, maar deze werd niet uitgevoerd (het CBS was zelf ook erg bezorgd over de privacy, daar zij juist van het vertrouwen van burgers afhankelijk is).
Bij een proeftelling bleek de non-respons onverwachts 26%. Daarop werd de volkstelling eerst uitgesteld, later afgesteld en ten slotte in 1991 wettelijk afgeschaft.

Facebooktwitter